Legendarische zanger-pianist Fats Domino is niet meer

Legendarische zanger-pianist Fats Domino is niet meer © Photo News

De muziekwereld is alweer in rouw, want Fats Domino is ons ontvallen. De Amerikaanse zanger-pianist was een grondlegger en icoon van de classic New Orleans R&B-sound en boogie-woogie, en maakte zo de weg vrij voor menig rock ’n roll-grootheid. Hij werd 89 en overleed in zijn woonplaats New Orleans.

Jong geleerd

Jong geleerd © Photo News

In New Orleans werd hij ook geboren, als zoon van een violist. Antoine Domino – ’s mans echte naam – kreeg de muziekmicrobe al te pakken toen hij de baarmoeder pas had verlaten. Later leerde hij zichzelf boogiewoogie en blues spelen op zijn favoriete instrument: de piano. Op veertienjarige leeftijd gaf Domino de brui aan zijn schoolloopbaan en ging hij werken. ’s Avonds verbaasde hij de argeloze toeschouwers in lokale kroegen met zijn optredens. In 1949 kreeg de bevlogen muzikant een platencontract: het begin van een succesvolle carrière.

Doorbraak

Doorbraak © Isopix

In de jaren vijftig kon je als zwarte artiest in de States pas goed doorbreken wanneer een blanke collega met één van je songs aan de haal ging. Pat Boone had in 1955 een hit van formaat met ‘Ain’t that a Shame’. Later werd de originele versie van Fats ook populair, maar de populariteit die Boone had met het nummer kon hij niet evenaren. Het werd wel het jaar van zijn doorbraak, en zo bereikte zwarte muziek voor het eerst massaal een wit publiek.

Vaste waarde in de hitlijsten

Vaste waarde in de hitlijsten © Photo News

Zijn eerste hit heette ‘The Fat Man’, een nummer dat alom bejubeld werd. ‘Ik speelde gewoon rhythm-and-blues, maar dan op mijn manier’, vertelde Fats er achteraf over. Uiteindelijk zouden er in de jaren ‘50 meer dan 65 miljoen platen van Fats Domino over de toonbank gaan. Hij scoorde in de States elf nummer één-hits achter elkaar, waarvan Ain’t That A Shame, Blueberry Hill en I’m Walking de bekendste zijn.

Geen clichébeeld

Geen clichébeeld © Photo News

Die populariteit was niet vanzelfsprekend, want platenmaatschappijen verkozen fotogenieke heerschappen als Chuck Berry en Little Richard, terwijl Domino met zijn gedrongen uiterlijk helemaal niet in dat posterboy-plaatje paste. Maar het publiek was wild van de zanger die dagelijks een halve pot brilliantine in zijn haar smeerde en op zijn piano beukte alsof z’n leven ervan afhing.

Waanzinnig populair

Waanzinnig populair © Photo News

Het publiek trok zich dus niet veel aan van hoe artiesten er eigenlijk hoorden uit te zien volgens de muziekbusiness: hun idool werd zo populair dat hij geregeld door de politie begeleid moest worden op de tocht van hotel naar de concertzaal en vice versa.

Touren? Liever niet, dank u

Touren? Liever niet, dank u © Photo News

In de sixties verdrongen rock ’n roll-artiesten als The Beatles en The Rolling Stones Fats Domino van het voorplan. Hij ging dan ook niet graag op tournee en had snel genoeg van de schijnwerpers: het liefst vertoefde hij in z’n huis aan Lower Ninth Ward, een wijk in New Orleans. Toen hij een welverdiende plek in de Rock ’n roll Hall of Fame kreeg, liet hij de ceremonie tot ieders verbazing aan zich voorbij gaan. In 1998 wilde toenmalig Amerikaans president Bill Clinton hem de National Medal for the Arts – een hoge onderscheiding – uitreiken, maar ook daarvoor bedankte hij feestelijk.

Een laatste keer in Tiptina’s

Een laatste keer in Tiptina’s © Photo News

Toen de orkaan Katrina over New Orleans trok werd er gevreesd voor zijn leven, omdat niemand na afloop iets van hem hoorde. Uiteindelijk bleek dat Fats en zijn familie gered werden, maar drie piano’s en heel wat gouden platen overleefden de natuurramp niet. Nadien kreeg hij van George Bush een nieuwe Medal for the Arts. In 2007 speelde hij voor de laatste keer live zijn hits in de beruchte concertzaal Tipitina's.

Dit artikel maakt mij
  • 0
  • 0
  • 0
  • 0
  • 0

Dossiers

Meer dossiers
Top